| du Mortier : Personalia |
| < bron |
|
1 > |
| |
|
|
|
|
|
|
| 1 |
|
Mortier jr., David du, regent van 1796-1797, |
|
| 2 |
|
ged. L.HK. 7.4.1757, |
|
| 3 |
|
overl. L. 10.5.1818 (61 jaar), |
|
| 4 |
|
woonde in de Salomonsteeg bij de Pieterskerk, |
|
| 5 |
|
boekverkoper en uitgever 1787, trad toe tot de firma van zijn vader in 1788, die zich van toen af aan aanmerkelijk uitbreidde onder de naam D. du Mortier & Zoon, |
|
| 6 |
|
hoofdman van het boekverkopers en drukkersgilde 1795, lid van de commissie ter regeling van de primaire vergaderingen 1795, |
|
| 7 |
|
lid van de commissie ter regeling van een reglement stadsbestuur 1795, |
|
| 8 |
|
tweede luitenant 1795, |
|
| 9 |
|
secretaris van het comité tot het daarstellen der grondvergaderingen 1798-1801, |
|
| 10 |
|
stadsdrukker 1802, |
|
| 11 |
|
lid van de commissie ter verzorging en uitdeling van spijzen aan behoefigen 1804-1805, |
|
| 12 |
|
honorair lid van de Societeit van Wapenhandel, onder de spreuk: Voor Vrijheid en Vaderland, binnen Leyden 1787, |
|
| 13 |
|
lid van het Tael- en Dichtlievend Genootschap onder de Spreuk: Kunst wordt door Arbeid Verkreegen 27-10-1790, |
|
| 14 |
|
lid van de Gemeenbestgezinde Societeit 'Nuttig en Bedachtzaam' 1795-nov. 1797, |
|
| 15 |
|
lid van de Leidse 'Democriet' 1795-ca. 1798, |
|
| 16 |
|
4 jaar lid van het leesgezelschap 'Miscens Utile Dulci', |
|
| 17 |
|
lid en commissaris van het gezelschap het ' 's maandagsconcert' 1806, |
|
| 18 |
|
begunstigd lid van het Genootschap der beschouwende en werkdaadige Wis-Bouw-Natuur-Reken en Tekenkunde onder de zinspreuk 'Mathesis Scientiarum Genitrix' te Leiden sedert 1792, |
|
| 19 |
|
secretaris van de Maatschappij van fraaije Kunsten en Wetenschappen, afd. Leiden 1809, |
|
| 20 |
|
Secretaris van de Maatschappij van Weldadigheid, subcommissie Leiden 1817-1818 (overleden), |
|
| 21 |
|
een van de drie oprichters der Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels 1815, |
|
| 22 |
|
zoon van David du Mortier en Femmetje Wiecherink, |
|
| 23 |
|
|
|
| 24 |
|
x. L. ot. 5.4.1787, wonende in de Salomonsteeg, hervormd, aang. 5.4.1787, 3e klasse (2 x fl.6--) Cornelia Tiele, geb. Rotterdam, overl. L. 21.12.1827, dochter van Pieter Tiele en Anthonetta Hanbeek. |
|
| 25 |
|
a. David Pieter, L. PK. 20.2.1788. begr. L. PK. 29/3.5/4.1788; aang. 3.4.1788, 4e klasse (fl.3--). |
|
| 26 |
|
b. Femma Antoinetta, geb. L. 27.2.1790; ged. L. remonstrants 9.4.1790. |
|
| |
|
|
|
|
|
|
| |
| du Mortier : Notitie 4 |
| < 3 |
|
5 > |
| |
|
|
|
|
|
|
| 1 |
|
- Acte van koop en compagnonschap, dd. 14-3-1787. |
|
| 2 |
|
........In de naam des Heeren. |
|
| 3 |
|
Om redenen ons daartoe moverenden en naar ons beste inzien en weetens en in onze omstandigheden alzins billijk en wettig bevonden, zijn wij ondertekenden David du Mortier en David du Mortier Jr., vader en zoon beidenovereengekomen om met 1-1-1787 a.s. de boek- en papiernegotie, voorts de gehele affaires zoals die tot nu toe alleen op den naam en voor de eigene en enige rekening van mij, eerste ondertekenaar [David du Mortier] met behulp van hem, tweede ondertekenaar [David du Mortier jr.] gegaan is, in haar geheele wezen zoals zij zich bevindt, te doen gaan op de firma D. du Mortier en Zoon en dat wel voor onzer beider rekening, elk voor de helft zowel ten aanzien van het eigendom aan de goederen, koopmanschappen, winkelwaren en gereedschappen, die ik eerste ondertekenaar onder mij met den gemelde 1ste januari bevinden zal zijn en daarna onder ons beiden deswegen bevonden zouden mogen worden te wezen, alsmede ten aanzien van de winsten en verliezen...verklaar ik dat in deze compagnonschap ook begrepen zijn alle uitstaande schulden en wederschulden der affaires van mij eerste ondertejkenaar en geen uitgezonderd alle dewelke ten voor- of nadele in deze onze compagnonschap moeten vervallen en tot liquidatie gebracht worden. |
|
| 4 |
|
Ten einde deze wederzijdse verbintenis effect verkrijgen, zal ik eerste ondertekenaar met 1-1-1787 een gespecificeerde lijst, rekening of inventaris in gereedheid hebben van alle zodanige goederen, koopmaschappen, gereedschappen die als dan onder mij vallen en mij toebehoren in eigendom, gelijk ook van alle mijn uitstaande schulden en wederschulden t.a.v. welke goederen enz. ik de prijzen daarvan zal geven. Voorts zal ik aan de tweede ondertekenaar de gelijke helft afstaan van het wettig eigendom dat ik op dat alles heb. Terwijl hij, tweede ondertekenaar in voldoening der overdracht aan hem van deze helft een onderhandse obligatie zal passeren. |
|
| 5 |
|
Voor het overige geven wij beiden bij het aangaan van dit compagnonschap aan elkander volkomen macht, recht, gezag en autoriteit om uit naam en voor rekening van deze onze compagnonschap te kopen en te verkopen te betalen en te ontvangen in welke manier of hoedanigheid het ook zou mogen wezen, daartoe de firma der compagnonschap gebruikende, in welk geval wij beiden wederkerig al dit verrichtende voor wettig en kracht zullen houden. Zeker en ten volle van elkander overtuigd zijnde van dit alles te zullen doen dat ten meeste voordeel der compagnonschap kan verstrekken. |
|
| 6 |
|
Dat wij dit compagnonschap aangaan voor onbepaalde tijd, zo zijn wij beiden overeengekomen een van ons beiden in de loop van dit compagnonschap zal komen te overlijden, de langstlevende voor rekening der compagnonschap de affaires op de gewone voet te blijven continueren... |
|
| 7 |
|
Ook is het ons beider wil dat de langstlevende van ons beiden bij het overlijden van de eerststervende buiten alle tegensprak het recht zal hebben, om zulks verkiezende de gehele affaire voor ziin eigen rekening over te nemen ...... |
|
| 8 |
|
Eindelijk is het de uitdrukkelijkste begeerte ook nog van mij, eerste ondertekenaar uithoofde van mijn klimmende jaren, welker gevolgen het mij ondoenlijk maken om alle behoorlijk toeverzicht over de huizen mij in eigendom toebehorende en door mij verhuurd worden, te dragen, dat hij de tweede ondertekenaar de meer bijzondere zorgen over de uitgaven en ontvangst gelijk alle moeilijkheden hieruit voortkomende zal dargen, waarvoor ik, eerste ondertekenaar hem de gerechte helfte afsta, te beginnen 1 januari a.s. van het provenu dat van dezelve zal komen....... |
|
| |
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
(GAL, Notarieel archief, notaris P. Booij, inv.nr. 2635-2648, 1787, acte nr. 13, fiche nr. 62, lade 77).
|
|
|
| |
| du Mortier : Notitie 10 |
| < 9 |
|
11 > |
| |
|
|
|
|
|
|
| 1 |
|
- Op 7-2-1806 koopt David du Mortier een zeer welgelegen en extra vermakelijk buitenverblijf met deszelfs heren huizinge voorzien van diverse zoo behangen als andere kamers en vertrekken, keuken, kelder en verdere commoditeiten, idem tuinmanshuis, orangehuis en grote tuin. Voordezen geweest zijnde diverse tuinen, groot 463,5 roeden, staande ende gelegen even buiten de Koepoort der stad Leiden, tegenover de Woutenbrug. Het perceel heeft een in en uitgang zowel in de Groene Deputaaten- of Bleekerslaan als in de Blauwelaan in het ambacht Zoeterwoude, belend in het geheel ten noorden de Groene Deputaatenlaan en Pieter Peltenburg, ten westen de Vliet, Cornelis van der Reyden en Pieter Peltenburg voorn., ten zuiden de Vaarsloot en ten oosten Isaak Kastelen. |
|
| 2 |
|
Voorts nog twee partijen warmoesland gelegen naast elkaar in de Blauwelaan buiten de Koepoort der stad Leiden in het ambacht Zoeterwoude, groot 163 resp. 274 roeden groot. Zijnde deze twee partijen warmoesland verhuurd aan Cornelis Bakker tot eind 1808 met nog vijf optie jaren voor een bedrag van fl. 85,-- per jaar. |
|
| |
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
(GAL, archief Zoeterwoude, schout en schepenen (1578-1811) inv.nr. 106, f.6).
|
|
|
| |
| du Mortier : Notitie 11 |
| < 10 |
|
12 > |
| |
|
|
|
|
|
|
| 1 |
|
- Een der regentessen gehoord hebbende dat de regent Du Mortier Neeltje Koopal sedert enige tijd bij zich aan huis des nachts gehouden had, vroeg of iemand der overige regentessen daar permissie toegegeven had. Niemand der regentessen hiervan kennis hebbende, werd de binnevader gevraagd of dit waar was en zo ja hoe lang dit meisje als 's nachts uit het huis geweest was. Wijl hij antwoordde dat regent Du Mortier dat meisje 6 december j.l. met zich naar zijn huis genomen had, wijl zijn meid uit de dienst geraakt was, werd eenparig goedgevonden de burger Du Mortier het volgende briefje te schrijven: |
|
| 2 |
|
Medeburgers. |
|
| 3 |
|
Van buitenaf gehoord hebbende dat Neeltje Koopal enige nachten buiten het weeshuis gebleven was, deden wij gisterenmiddag vergaderd zijnde daarnaar onderzoek en bevonden dat zij sedert den 6 dezer ten uwer huize vernacht hadde. Dit surpreneerde ons ten hoogsten, wijl niemand onzer zich kon herinneren hiervan kennis gedragen of vrijheid ertoe verleend te hebben en nog nimmer een enig regent regentessen heeft zoeken te ontwringen de wettige macht welke zij hebben om al of niet vrijheid te verlenen aan de meisjes tot het buiten het huis blijven des nachts. Welk recht gijzelve meer als eenmaal door het schrijven van een verzoekbriefje voor Neeltje Koopal aan een of ander regentes erkent hebt en schoon haar post als ommegaandster haar gebied des avonds en 's morgens op haar beurt in de zalen tegenwoordig te moeten zijn, zouden wij echter dit U als regent van dit huis niet geweigerd hebben, gelijk zulks nog gebleken is den 5de dezer toen den burger Milders een meisje verzocht in zijn huis des nachts te mogen houden. Nu is eenvoudig de vraag waarop wij met brenger dezes antwoord verwachten of gij zult goedvinden Neeltje Koopal te gelasten naar het weeshuis te gaan om staande wij vergaderd zijn deze avond tot 8 uur, te verzoeken zolang 's nachts uit te mogen blijven als gij haar begeert te houden en in geval gij hiertoe niet kon resolveren, zullen wij ten aanzien van haar post als ommegaandster naar onze plicht handelen. Laat evenwel uwe nichte het slachtoffer niet zij der discussien tussen de meerderheid van regenten en regentessen waarmede wij de een hebben te zijn. |
|
| 4 |
|
Uit onze verg. den 14 december 1796. |
|
| 5 |
|
Uit naam der vergadering van regentessen was getekend E.M. Costerus, geb. Ter Borch, voorzitter. |
|
| 6 |
|
Waarop de burger Du Mortier liet weten dat hij dadelijk op het weeshuis zoude komen om met regentessen te spreken. Waarop een commissie uit regentessen bestaande uit de dames Costerus en Bake met dien burger apart spraken aan welke hij erkende dit meisje niet gehouden te hebben zonder verlof om daardoor regentessen enigzins in haar macht te verkorten en dat hij nu verzocht haar te mogen houden bij provisie tot a.s. maandag en zullende indien hij haar langer nodig had, zorgen dat dit gevraagd werd. |
|
| |
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
(GAL, HGW, inv.nr. 197, verg. 14-12-1796, art.1).
|
|
|
| |
| du Mortier : Notitie 21 |
| < 20 |
|
bron > |
| |
|
|
|
|
|
|
| 1 |
|
- Heden den 28-12-1827 compareerde voor mij president bij de rechtbank van eerste aanleg te Leiden....Pieter Christiaan van marle, boekhandelaar, wonende te Leiden dewelke aan ons ter hand stelde een papier gevonden in de boedel van wijlen zijn schoonmoeder Cornelia Tiele, weduwe van David du Mortier gewoond hebbende en op de twintigste dezer alhier overleden bevattende een oliografisch testament. |
|
| 2 |
|
Ik ondergetekende Cornelia Tiele, wed. van wijlen David du Mortier wonende in de Nieuwsteeg wijk 4, nr. 707 genegen zijnde over mijn nalatenschap te disponeren, heb gemaakt een eigenhandig geschreven dit mijn testament. |
|
| 3 |
|
Eerstelijk herroepen en vernietigen ik alle vorige testamenten en uiterste wils dispositien door mij eigenhandig gemaakt of gepasseerd. |
|
| 4 |
|
Ik legateer aan mijn twee kleinkinderen, genaamd Cornelia van Marle en David Louis van Marle tesamen en bij vooroverlijden van een derzelven aan de langstlevende van hen een som van |
|
| 5 |
|
fl. 7000,-- in contanten. Nog legateer ik in alle gevallen bij voor uitmaking aan mijn gemelde kliendochter Cornelia van Marle al mijn juwelen en granaten, mitsgaders ongemunt goud- en zilverwerk benevens alle mijn pretiosaas tot mijn lijf gerief en versiering gediend hebbende onder conditien nogthans dat mijn dochter Femma Antoinetta du Mortier, huisvrouw van Pieter Christiaan van Marle daaruit voor zich in eigendom kan nemen een of twee stukken naar haar keuze. |
|
| 6 |
|
Ik legateer in alle gevallen bij vooruitmaking aan mijn voorn. kleinzoon het gouden horloge met de gouden ketting en verdere ornamenten die daar aangevende zullen worden van zijn grootvader mijn overleden man benevens een som van fl. 300,-- in contanten. |
|
| 7 |
|
Ik legateer aan mijn nicht Petronella Tiele zijnde een dochter van mijn broeder Pieter Tiele een som van fl. 1000,-- in contanten. |
|
| 8 |
|
Ik legateer aan mij neef Cornelis Tiele, zijnde een zoon van evengemelde mijn broeder een som van fl. 10.000,-- in contanten, zullende het mij hoogst aangenaam zijn dat hij bij mijn overlijden van de gemelde som of voor zoveel meerder als hij zal kunnen inbrengen indien hij zulks verlangt van mijn dochter en haar man aandeel verlangt in de boeknegotie en boekdrukkerij thans door mij met gemelde dochter en schoonzoon in compagnieschap geexrieerd wordende en in welke affaire hij door mijn overleden man is opgeleid en zich verder bekwaam heeft. |
|
| 9 |
|
Ik legateer aan mijn broeder Pieter Tiele zijn levenlang een som van fl. 200,-- in contanten per jaar aanvang moeten nemende met de dag van mijn overlijden. |
|
| 10 |
|
Ik legateer aan Aletta Martens zijnde een dochter van mijn nicht neeltje Breukelman een som van fl. 500,-- in contanten welk geld ik begeer dat gedurende haar minderjarigheid op intrest zal moeten worden uitgezet en de rente die daarvan zal worden geint tot kapitaal zal moeten worden aangelegd. De administartie van dit legaat tot op de meerderjarigheid van Aletta Martens door mij opgedragen aan mijn schoonzoon Pieter Christiaan van Marle, zullende hij vooroverlijden van Aletta Martens de gemelde fl. 500,-- met de interest aan mijn kleinkinderen vervallen. |
|
| 11 |
|
Ik noem en stel onder de last van uitkering der voorschreven legaten en prelegaten tot mijn enige en algemene erfgename mijn dochter Femma Antoinetta du Mortier, huisvr. van Pieter Christiaan van Marle wonende binnen Leiden en bij vooroverlijden van dezelve haar afkomelingen bij plaatsvervulling. |
|
| 12 |
|
Ten blijke van echtheid heb ik dit met mijn handtekening bekrachtigd binnen leiden dd. 10-12-1824. |
|
| |
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
(GAL, Nieuw Notarieel Archief, Thomas van Bergen, inv.nr. 73-2, 1827, acte nr. 225, f. 706-711).
|
|
|
| |
| du Mortier : Bronnen |
| < 21 |
|
top > |
| |
|
|
|
|
|
|
| 1 |
|
GAL, Doop-, Trouw en Begraafregisters. |
| 2 |
|
GAL, Doopboek Remonstrantse Kerk, 19/10/1727-18/9/1796, nr.3. |
| 3 |
|
GAL, Recht. Arch., inv.nr. 211. Impost op het trouwen 1695-1805, 3e klasse, nr. 19. |
| 4 |
|
GAL, Recht. Arch., inv.nr. 213, Impost op het begraven 1781-1789, 4e klasse, nr. 55. |
| 5 |
|
GAL, Liste Civique de la commune de Leide 1811, nr. 614. |
| 6 |
|
GAL, Bevolkingsregister 1762-1796, inv.nr. 1692, nr. 13. |
| 7 |
|
GAL, Bevolkingsregister 1762-1796, inv.nr. 1697, nr. 130. |
| 8 |
|
GAL, Herenboekjes. |
| 9 |
|
GAL, archief Zoeterwoude, schout en schepenen 1578-1811, inv.nr. 101, f.3 en inv.nr. 106, f.6. |
| 10 |
|
GAL, SA II, inv.nr. 590. |
| 11 |
|
GAL, SA II, inv.nr. 604, f. 10. |
| 12 |
|
GAL, SA II, inv.nr. 639, 25-11-1803, 28-11-1803 en 20-8-1804. |
| 13 |
|
GAL, SA II, inv.nr. 640, 24-10-1805 en bijlage 13. |
| 14 |
|
GAL, SA II, inv.nr. 649, bijlage 8** |
| 15 |
|
GAL, Maatschappij van Weldadigheid, subcommissie Leiden, inv.nr. 17a. |
| 16 |
|
GAL, Bibli. Leiden en omg., Mortier, D. du, 7000, pf. |
| 17 |
|
GAL, Bibli. Leiden en omg. 76131 pf., Naemlijst der tegenwoordige leden van het Tael- en Dichtlievend Genootschap onder de Spreuk: Kunst wordt door Arbeid Verkreegen 1794. |
| 18 |
|
GAL, HGW, inv.nr. 197, verg. 14-12-1796, art. 1 en verg. 1-7-1799, art. 5. |
| 19 |
|
GAL, MSG, Mengelwerk 1792, zevende deel, inv.nr. 22; Werken 1794, eerste deel, inv.nr. 23 en inv.nr. 4b. |
| 20 |
|
GAL, Notarieel archief, notaris P. Booij, inv.nr. 2635-2648, 1787, acte nr. 13, fiche nr. 62, lade 77. |
| 21 |
|
GAL, Notarieel archief, notaris F. Booij, inv.nr. 2635-2648, 1788, acte nr. 46, fiche nr. 67, lade 77. |
| 22 |
|
Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel 3 (Leiden 1914) 879-880. |
| 23 |
|
Haan, S.W.M.A. den en P.M. Kann, Zucht om zich te oefenen in de lieflijke zangkunst (Alphen aan den Rijn 1996) 39. |
| 24 |
|
Sliggers, B., (red), De verborgen wereld van Democriet. Een kolderiek en dichtlievend genootschap te Haarlem 1789-1869 (Haarlem 1995) 164. |
| 25 |
|
BLok, P.J., Geschiedenis eener Hollandsche stad. Eene Hollandsche stad in den nieuweren tijd. ('s Gravenhage 1918) dl. IV, 42-43. |
| 26 |
|
GAL, Gildenarchieven, inv.nr. 77, 74 |
| |
|
|
|
|
|
|
| |